Posts tonen met het label Geraardsbergen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Geraardsbergen. Alle posts tonen

woensdag 1 april 2009

de reddende engel

maandag 30 maart 2009

wachten op Godot...

woensdag 19 november 2008

Jacobus a Daventria

Deventer ca. 1560 (Jacob van Deventer)

Dinsdagavond, kwart voor acht. In de polyvalente zaal van de stedelijke bibliotheek van Ninove zitten al een twintigtal mensen ongeduldig op de voorstelling van drie Deventerkaarten te wachten. De heemkundige kring Land Van Aalst brengt deze week ter gelegenheid van haar zestigste verjaardag vijf kaarten van de steden van het Land van Aalst in kleur uit. Het zijn voor Ninove en Geraardsbergen zowel de minuut- als de netkaarten, voor Aalst enkel de netkaart.

Ik zet me keurig neer op de hoek van de derde rij. Achter mij staan tot mijn grote verbazing nog bijna 200 lege stoelen rij aan rij. Ik heb een licht vermoeden dat amper een kwart ervan zal gevuld worden. Maar groot is mijn verbazing wanneer twintig minuten later niet alleen alle stoelen bezeten zijn, maar ook de zijgangen en de achterzijde van de zaal volgepropt staan met enthousiaste toehoorders. Bijna één procent van de Ninoofse bevolking staat hier binnen. Een hele prestatie voor een man die ruim 450 jaar geleden onze gebieden doorkruiste.

Jacob Roelofs van Deventer [dEEventer]: voor velen een nobele onbekende. Maar wanneer je de geschiedenis over onze lage landen induikt, vind je zijn naam meermaals terug onder de plattegrond van een of andere stad.

Telkens wanneer ik een van zijn kaarten onder ogen krijg, ben ik dankbaar. Blij dat deze man er voor heeft gezorgd dat we ons vandaag kunnen inbeelden hoe een groot aantal steden in onze contreien er in de 16e eeuw moeten hebben uitgezien.

Deventer IJsselfront 1550

Hoewel hij door het leven ging als Jacobus a Daventria, is hij waarschijnlijk in Kampen (Overijssel) geboren en verhuisde hij pas later naar Deventer. In 1520 schreef hij zich in aan de Leuvense Universiteit alwaar hij medicijnen en wiskunde studeerde. Daarna deed hij er nog een master na master in de cartografie bovenop.

Al snel gaat hij zich toeleggen op het tekenen van kaarten. Zo ontwerpt hij in de jaren 30 van de 16e eeuw o.a. overzichtskaarten van de vijf Nederlandse gewesten. De Nederlanden maken op dat ogenblik deel uit van het Habsburgse keizerrijk. Al snel benoemt Karel V hem tot “keizerlijk geograaf”; wanneer Filips II het van zijn vader overneemt, wordt Jacobs titel gewijzigd naar “koninklijk geograaf”.

Uit tactische en militaire overwegingen, vraagt Filips II aan Jacob van Deventer om alle steden van de Spaanse Nederlanden in kaart te brengen. Zo kan hij indien nodig (en dat zal later ook blijken) opstandige steden beter belegeren.

Spaanse Nederlanden 1572

Van Deventer maakt gebruik van driehoeksmeting en parallelprojectie aan de hand van een vizierkompas. Zijn plattegronden zijn meetkundig correct en vertonen geen afwijkingen in de schaal. Wanneer je zijn kaarten van dichtbij bekijkt, kan je zien dat hij per x aantal stappen een puntje zet. Op de plaats waar de weg van richting verandert, plaats hij een dikkere stip; dit geeft zijn meetpunt aan.

Op die manier werkt hij vanuit zijn woonplaats Mechelen gedurende 15 jaar aan bijna 300 kaarten. Eerst maakt hij een klad of minuutkaart, daarna zal hij een netkaart vervaardigen. De puntjes op de minuutkaarten zijn doorprikt om de straten correct op de netkaarten over te brengen. Op de kaarten kan je de omwalling, de waterwegen en de straten van de stad goed onderscheiden. Daarnaast zijn de belangrijkste gebouwen duidelijk op de kaart aangebracht.

Tijdens de godsdienstperikelen van de 16e eeuw vlucht van Deventer hals over kop naar Keulen. Hij neemt al zijn materiaal mee. De Spanjaarden vinden dit alles behalve spannend. Wanneer van Deventer in 1576 sterft, doen ze er alles aan om de kaarten te recupereren.

Ze slagen uiteindelijk in hun opzet en gedurende drie eeuwen verdwijnen de kaarten spoorloos. Tot ze in 1859 opnieuw opduiken en te koop worden aangeboden. De kaarten in kwestie zijn de minuutkaarten van Jacob van Deventer. Ze worden aangekocht door een zekere Wopke Eeckhof, stadsarchivaris van Leeuwarden, die precies weet wat de kaarten inhouden. Hij wil ze verkopen aan de hoogstbiedende.

Op die manier belanden ze uiteindelijk deels in de Rijksarchieven van de Nederlandse Provincies, deels in de Koninklijke Bibliotheek Albertina in Brussel. Daar zijn ze vandaag nog steeds te vinden. De netkaarten zijn teruggevonden in de Biblioteca Nacional de Madrid. Slechts twee van de drie boekbanden zijn nog te consulteren; een derde ging spijtig genoeg verloren.

Ik hou van de geschiedenis, ik koester het verleden; daar staat onze toekomst geschreven.

vrijdag 24 oktober 2008

uitgezonderd...

Ook hondjes hebben verplichtingen in onze samenleving. Wanneer ze een drolletje achterlaten zonder de opkuisploeg in te schakelen vliegen ze gezwind de bon op. Het moet gezegd dat het niet leuk wandelen is, wanneer je om de vijf voet de grond moet scannen naar geurende hoopjes. Als kleine landmijnen liggen ze op de loer, klaar om onder de voet gelopen te worden door de vijand: de man of vrouw in de straat, de nietsvermoedende voorbijganger, het geboren slachtoffer. In een moment van onoplettendheid durf je al eens je voet te zetten waar het niet hoort. En dan kan je de groeven van je favoriete wandelaars opnieuw uitdiepen; onaangenaam is een eufemisme.

De stad geeft blijk van initiatief…of dat laat ze alleszins uitschijnen. Er staan her en der vuilbakjes met zakjes. Er worden zware boetes uitgeschreven voor illegale dumping. Af en toe verschijnt er ook een verkeersbord in het stadsbeeld om deze wanpraktijken te verbieden. De canis zij gewaarschuwd…en zijn baasje ook ?!

Niet echt verwonderlijk laat het beleid te wensen over. Getuige zijn de dampende pakjes die regelmatig het straatbeeld ontsieren. Zoals zo vaak, zijn de regels er om ze net NIET na te leven.

Om de zaak wat rek te geven, worden de voorschriften versoepeld. Het sluikstorten van de achterklap wordt verboden, uitgezonderd voor het plaatselijke verkeer. De hond die officieel in deze straat is gedomicilieerd, kan naar hartenlust de wetgever een poepje laten ruiken. En wanneer zijn vrienden op bezoek komen, moeten zij het ook niet nalaten hun ding te doen. Op die manier verwatert de regelgeving stilaan, verwordt het beleid tot een hoopje drek…een bescheten situatie.

zondag 28 september 2008

TEE

’T was opnieuw een aangename namiddag gisteren. Op stap met een kleine groep van tien mensen, wandelend door de stad op zoek naar plaatsen die ooit iets betekenden in de voedselbevoorrading van onze middeleeuwse samenleving.

De vooroorlogse ploeg verzamelt op het nonenuur aan het vroegere kerkhof van de abdij. Hoewel de grafzerken er al sinds lang plaats hebben geruimd voor het asfalt, waar de wagens zich mooi in vakjes plaatsen, kan je het oord nog steeds als even mysterieus omschrijven.

We staan namelijk aan de stoep van het enorme gebouw dat de belastingsdiensten huisvest. Wat zich achter deze muren afspeelt is me altijd een raadsel geweest en dat wil ik ook zo houden.

Tien minuten later dan gepland, komt een laatste viertal ons vervoegen. Een oude, donkergrijze Renault stuift het kerkhof op en overrijdt minsten tien paters die al geruime tijd tot as zijn teruggekeerd.

Nadat we hebben kennis gemaakt, gaan we van start onder een stralende septemberzon. Een kleine rondleiding in onze ooit zo grote en machtige abdij, waarbij het verhaal van de Benedictijnen de monden meer dan eens doen openvallen. De toehoorders schateren als ze horen hoe on-devoot het leven van onze monniken wel was. Ze bleken uiteindelijk ook maar mensen van vlees en bloed. God was waarschijnlijk met andere zaken bezig toen abdijen hier de lepel in de pot roerden.

Wanneer het heiligenverhaal teneinde is, duiken we de stad in op zoek naar marktplaatsen, brouwerijen en oude watermolens. Het moet gezegd dat Geraardsbergen een rijke geschiedenis kent, eentje waar veel inwoners zich niet van bewust zijn. De mensen die voor me staan, komen uit zowat alle hoeken van het land en laten zich het verhaal in ieder geval smaken.

Nadat ze zich tegoed hebben gedaan aan een Adriaansbiertje wandelen we even verder tot we aan bakkerij en tea room de Clercq stoppen. Hier vertel ik hen dat koffie en thee ons in de loop van de 17e eeuw bereikten. Thee werd geïmporteerd uit het verre Macao en zoals alle nieuwe producten, werd ook thee gebruikt als middeltje tegen allerlei kwalen. Het zou goed zijn tegen migraine en jicht, en zou maagklachten en problemen met nierstenen de wereld uit helpen. Er was natuurlijk ook een keerzijde aan de medaille; wie ouder dan 40 was kon best geen thee meer drinken, want het drankje liet de huid uitdrogen.

Als bijna veertiger doe ik er dus goed aan om niet teveel thee meer te drinken. Het is grappig om vast te stellen dat mensen zich al sinds eeuwen inlaten met kwakzalverij. Ook vandaag ontsnappen we er niet aan, zij het dan in de vorm van pilletjes die helpen om onder anderen af te vallen.

De ouderlingen stappen goed door. Ze hebben vast meer kilometers per dag in de benen dan velen van hun jongere landgenoten. We komen uiteindelijk terug op de markt aan. Voldaan van de wandeling en blij met de kennis die ze vandaag hebben mogen opnemen, schuiven ze de benen onder tafel en laten ze zich onze specialiteit goed bevallen. Alleen maar blije gezichten, veel gebabbel rond de tafel…zij vonden het goed…meer voldoening heb ik niet nodig.

dinsdag 23 september 2008

ondermaatse kunstenaars

Af en toe bedenk ik wel hoe slecht het gesteld is met de wil van de lokale politici om een poging te ondernemen de plaatselijke geschiedenis wat in ere te houden. Gebouwen worden zondermeer afgebroken en in het straatbeeld verschijnen meer en meer appartementsgedrochten die niets aan de verbeelding overlaten. Stilaan wordt het canvas overschilderd met witte verf om het opnieuw te laten bewerken door kunstenaars van zo’n ondermaatsheid dat m’n haren in de nek met zelfrijzende bloem lijken bewerkt. En morgen zullen onze kinderen ons met de vinger wijzen dat wij hun verleden hebben teniet gedaan…of erger, ze zullen het niet doen omdat ze geen idee hebben van wat ooit was.

Al goed dat er nog enkelingen bestaan die zich inzetten voor het behoud van het culturele erfgoed. Mensen die beseffen dat de toekomst alleen maar ondersteund wordt door het verleden. Zo ook heb je de Mertensmolen in Viane; een machtig beest uit de 13e eeuw dat weliswaar tal van restauraties onderging, maar uiteindelijk de tand des tijds heeft overleefd.

Binnenin deze oude molenaarswoonst vind je een allegaartje aan oude gereedschappen dat tal van antieke ambachten vers in ons geheugen plant. Oude beroepen gaande van tonnenmakers, over schoenlappers en klompendraaiers tot sigarenrollers. En wanneer je ’t Aloam (een lyrisch Vlaams woord voor gereedschappen) bezoekt, krijg je een deskundige uitleg van de eigenaar die zo in het verhaal opgaat dat je zou denken dat hij zelf de knepen van al die ambachten onder de knie heeft. Ik hou ervan zo iemand te horen vertellen, een man die de passie voor het verleden in zijn hart draagt.

De ruimtes bekleed met allerlei gereedschappen worden ook af en toe opgefleurd met een of ander vakmansdiploma uit de jaren 20 betekend met art nouveau en deco-motieven. Samen met oude foto’s van fiere vakmensen uit diezelfde periode word je even naar het verleden geprojecteerd. En wanneer je uiteindelijk die paar honderd treden naar boven achter jou laat, kom je in een gezellige caféruimte waar je een heerlijk zicht krijgt op de omgeving.

Het is alvast de moeite om eens een bezoek te brengen aan het Aloam. Alleen al het feit dat iemand in onze streek met zoveel passie dit leerrijke museum samenstelde en op die manier een deel van ons erfgoed vrijwaarde van de ondergang, is een stimulans om even langs te gaan. Het is in ieder geval een mooi voorbeeld voor de heren en dames politici die, door hun gebrek aan visie, onze stad beetje bij beetje teniet laten gaan.

donderdag 18 september 2008

klein worden

Het is alweer voorbij en met heimwee kijk ik terug op de 20e editie van de OMD (Open Monumentendag). Maanden was ik in de ban van dit ganse gebeuren en nog voor ik het had kunnen denken, was het eigenlijk al gedaan. Ik kijk met heimwee terug op die vele uren die ik spendeerde tussen de boeken en vergeelde tijdschriften. Met dankbaarheid denk ik aan die vele gesprekken met mensen die hun kennis ter zake zonder enige tegenprestatie mijnentwege zomaar wegschonken. Ik ben blij dat ik mezelf opnieuw wat kon bijschaven; de puzzel in mijn hoofd is dankzij die nieuwe stukken opnieuw wat completer geworden, mijn rijkdom terug wat toegenomen.

Het art deco hoofdstuk in de stad was me eigenlijk compleet ontgaan. Niet de overduidelijke voorbeelden waar je alleen maar aan voorbij loopt als je helemaal geen idee hebt van datgene dat het daglicht zag tijdens die fameuze tentoonstelling in Parijs in 1925. Ik heb het eerder over die huizen waar enkel een paar kleine details terug te vinden zijn.

Ik denk dat ik het ondertussen wel helemaal begrepen heb. Het feit dat ik tijdens mijn recente wandelingen in de stad (en erbuiten) almaar meer nieuwe dingetjes ontdek wanneer ik mijn ogen de kost geef, versterkt die veronderstelling nog meer. Nieuwe kennis geeft me uiteindelijk een ruimer beeld van het geheel en maakt me op datzelfde ogenblik een stuk kleiner tegenover die steeds groeiende wereld. Het is een raar gevoel wanneer je meer en meer te weten komt en je ondertussen beseft dat je net een nieuw stuk onwetendheid hebt bijgecreëerd. Schitterend gewoon!
Het is fijn dat een aantal mensen vorige zondag besloot om mijn verhaal te aanhoren. Ze denken vast dat ze wat hebben bijgeleerd. Maar omdat ik hun wereld ruimer heb gemaakt, zijn ze, samen met mij, nog kleiner geworden. Naarmate je groeit, word je uiteindelijk kleiner.

maandag 25 augustus 2008

Traditie

Een grijze zondag voor de middag en zonnestralen die een poging doen om het luchtdeken open te scheuren. Met weinig succes voorlopig. De stad loopt vol enthousiaste kijkers en deelnemers. Terwijl de ene kijkt, neemt de andere deel. En hoewel de ene groep al groter blijkt dan de andere, zijn ze onlosmakelijk met mekaar verbonden. Zonder de ene zou de andere niet bestaan…of in ieder geval geen reden hebben van bestaan. Of toch?

Langs het voetpad troepen honderden mensen samen. De spanning staat in hun fronzen te lezen en allemaal kijken ze dezelfde richting uit. Van daar moet het blijkbaar komen. Datgene wat de spanning in hun lichaam levend houdt.

Vanuit mijn raamrijke verdieping houd ik ze allemaal in het oog. Ik weet wat er staat te gebeuren en op het ogenblik dat ik me deze gedachte eigen maak, hoor ik in de verte tromgeroffel en trompetgeschater.

De massa zet zich in beweging. Maar nu is het de andere groep die we te zien krijgen. Het zijn geen kijkers, maar deelnemers. Kleurrijke figuren dalen langzaam de berg af. Ze zijn groot, torenhoog en immens in lengte…reuzengrote reuzen gedragen door piepkleine mensjes op zoek naar evenwicht en kracht. En in hun zog een massa deelnemers, kleiner dan de groep kijkers weliswaar, maar enthousiast en in de kleuren van de vereniging waar ze voor staan.

En aan het eind van dit defilé vier mannen in antieke priestergewaden met op hun schouder een draagberrie. In zijn schoot een zilveren reliekschrijn en bovenop het hoofd van de gevilde Bartholomeus. Rond hem draait dit ganse circus. Mensen lopen voor hem uit, mensen kijken naar hem, hij beschermt hen, zij die deze stad bewonen en beleven.

Maar wie is deze man, deze heiligverklaarde die schuilgaat onder al dat zilverwerk en wat ligt nu precies verborgen onder al dat edelmetaal? Ik ben ervan overtuigd dat wanneer je de kijkers de vraag zou stellen, het overgrote deel het antwoord zou schuldig blijven. En ik wil me al helemaal niet uitspreken over de uitkomst die de deelnemers me zouden voorschotelen.

Weten deelnemers en kijkers eigenlijk nog waar dit alles om draait en vooral waarom men zich de moeite getroost om dit ten berde te brengen? Deelnemers lopen in de rij, kijkers staan in de rij, en allen maken ze deel uit van een groot spektakel waarvan de betekenis hen ontglipt. Traditie, hier en elders, wordt hoog in het vaandel gedragen en vurig verdedigd. Het hart van de medestanders loopt over met enthousiasme, maar in onwetendheid schuilt gevaar.

maandag 18 augustus 2008

Spiegels

vrijdag 8 augustus 2008

Water

Half zes tegen de avond aan, soms is het nog namiddag, maar nu was het nacht. De hemel kleurt donkergrijs en in de verte schiet een kleine fotograaf met een reuzefototoestel plaatjes. En plots een schampschot. De foto mislukt, waarbij zijn poging de hemel doorboort en de zoldering helemaal openscheurt. Het water ontnomen uit rivieren en kanalen raast naar beneden in een wereldrecordtempo. Druppels vormen stralen. Ze botsen zo hevig tegen de aarde aan dat schuilen elke zin is voorbijgestreefd. Water, zo blauw in het oog van de schilder, nu bruin en vies. En straks weer droog.

woensdag 6 augustus 2008

In beeld

Breng de stad in beeld…laat me dit een nieuwe uitdaging zijn. Sinds enkele maanden worstel ik met de idee om een wandeling door de stad op poten te zetten, waarbij beeldhouwwerk van allerlei aard en pluimage de rode draad doorheen het geheel moet worden. Van standbeelden voor oorlogslachtoffers, naar heiligenbeelden (ook schijnheiligen), over bas-reliëfs en ornamenten.

Een andere kijk op de binnenstad, de invloed van het beeld op de stad en haar inwoners. Of nog waarom bepaalde beelden een plaats krijgen in ons straatbeeld; uit religieuze overtuiging, om iemands leven in de verf te zetten of gewoon ter verfraaiing van het woonhuis al dan niet als statussymbool voor de bewoner.

Ik heb het gevoel dat hier een nieuw verhaal achter schuil gaat. Een mogelijkheid om de mensen de stad op een andere manier te laten beleven, de stad opnieuw te laten leven.