Posts tonen met het label sporen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sporen. Alle posts tonen
zondag 8 maart 2009
vrijdag 6 maart 2009
binnen de lijntjes...gekleurd
Het thema voor de Open Monumentendag anno 2009 is “zorg”; zorg voor de mens, voor het lichaam, de ziel, de opvoeding, maar ook zorg voor de bestaande monumenten.
Na anderhalf uur treinen tot Eeklo en duizend seconden bussen, komen we aan in Sint-Laureins. Een dorpje van amper zoveel inwoners grenzend aan het Hollandse zusterland. En te midden de rustige dorpskern rijst voor ons op, het majestueuze godshuis dat verloren gelopen lijkt. Alsof het afgebroken werd in Antwerpen of Amsterdam en hier steen per steen terug werd opgebouwd.
Afgebroken werd het echter enkel door de tijd en de verwaarlozing; heropgebouwd door enkelingen, zakenlui weliswaar, maar met zin en smaak voor geschiedenis en patrimonium. Het is hier, in dat godshuis van Sint-Laureins, dat de Oost-Vlaamse themadag rond OMD 2009 doorgaat.
Ondergedompeld in een bad aan informatie over de verschillende deelthema’s die kunnen aangesneden worden, laat ik me volledig door het gebouw opslorpen. Een wauw doordringt mijn ziel; wat konden kleine mensen toch grootse dingen voortbrengen! Stilte is mijn gezel en in mijn hart klinkt een lied…ik ben thuis…alweer.
gasthuis: ontstaan in de 12e eeuw om vermoeide reizigers op te vangen; later worden er zieken en ouderen verzorgd; de term verwijst naar de functie waarvoor het werd opgericht, namelijk het bieden van kost en inwoning aan reizigers, armen en ouderen
godshuis: staat synoniem met gasthuis, maar de term verwijst eerder naar de intentie waarmee de stichter het gasthuis heeft opgericht, namelijk het eren van god, oftewel een mooie manier om zijn plaatsje in het paradijs te kopen (in het Frans: Maison de Dieu, Hôtel de Dieu)
zaterdag 29 november 2008
donderdag 6 november 2008
labyrint
Ik ben wat uit mijn lood geslagen wanneer ik zie dat de deur die ik gewoonlijk open trek om de abdijkerk van Ninove binnen te wandelen op slot zit. Een bord raadt me aan de deur vooraan in de kerk te gebruiken. Een pijl geeft me een hint zodat ik niet moet nadenken in welke richting de voorkant zich nu ook weer bevindt.Wat verderop trek ik wat onwennig het krakende plankenbord naar me toe. Een tweede deur duikt voor me op. Ze brengt me uiteindelijk tot in het koor van het zandstenen paleis. En zoals gewoonlijk laat ik me bij de intrede innemen door het “heilige der heiligen”. Hier kan ik het vakmanschap aanschouwen van godvrezende ambachtslieden die met de ziel in de hand hun stukje paradijs probeerden te verdienen. Ik denk dat ze er aardig in geslaagd zijn.
Wanneer ik mijn ogen richting schip wendt, begint de motor in mijn bovenkamer te draaien. De zij- en middenbeuk zijn vanaf de viering afgezet met immense plastic gordijnen. Het heeft heel wat tijd gevergd, maar blijkbaar heeft men eindelijk in een of ander offerblok voldoende geld gevonden om dit stukje geschiedenis in ere te herstellen.
Ik kan mijn nieuwsgierigheid met moeite de baas. Ik ga naarstig op zoek naar de opening in de kunststof. We weten allemaal dat een stuk plastic altijd wel ergens een gat verbergt. Mijn zoektocht duurt slechts een paar minuten. Ondanks de aanwezigheid van een kranige dame, bijt ik de schrik van me af. Ik neem mijn moed ter hand, duw het zeil even opzij en dring binnen in de buik van het heiligdom.
Midden in de zaal tref ik een rood, vierpotig monster; gelukkig ondervoed en er dus doods bij staand. De beelden, de lambrisering, de biechtstoelen waar menig christen zijn zonden belijdt, zijn omhuld met eenzelfde kunststofmantel als de ingang. De stoelen werden in groepjes bij elkaar gedreven en geven de tegelvloer de vrije loop.
Zo moet een kerk er hebben uitgezien vóór de 17e eeuw; geen stoel te bespeuren in de tempel Gods. En de vloer bedekt met witte en zwarte tegels die samen een nogal vreemd parcours lijken uit te stippelen. Wanneer je de pupillen scherp stelt kan je een labyrint onderscheiden.
Al sinds de 7e eeuw kan je zulke pelgrimswegen in kerken en kathedralen terugvinden. Het labyrint symboliseert de pelgrimstocht naar Jeruzalem. Een boetedoening richting het Heilige Land, een reis die voor velen te zwaar, te duur, te gevaarlijk was. Vandaar de pseudotrip, een placebo voor Jan modaal en pater Pol die op zijn knieën tot het eindpunt om vergiffenis vroeg.
Een labyrint verwarren met een doolhof is de fout die je niet wil maken. Een doolhof is een onoverzichtelijk pad van start tot eindpunt, waarbij je onderweg keuzes moet maken. Een labyrint daarentegen bestaat uit één lange slingerende weg naar een bepaald einddoel. Terwijl een doolhof het plezier nastreeft, is een labyrint bittere ernst. In een doolhof verlies je je weg, in een labyrint vínd je echter je weg terug. Op die manier kon een verloren schaap het verlichte pad naar het Lam Gods herontdekken.
Nadat ik een weinig geschiedenis heb geïnhaleerd en ik met mijn digitaal toestel wat lichtplaten heb geschoten, begeef ik me opnieuw richting de “toegelaten” kerk. De oude dame van daarnet beloopt heel nerveus het koor. Ik heb de indruk dat ze me zoekt. Haar hielen tikken met een vaste pas tegen de tegelvloer aan. En af en toe stopt ze alsof ze me met haar radaroren wil opsporen. Ik houd me op achter een meterdikke zuil. Mijn adem staat stil. Ik hoor ze de wandeling nog een paar keer aftikken. De deur gaat open. Ze sluit. Ze is weg.
Onzeker kruip ik uit mijn schuilplaats en scan de omgeving van het koor. Ik ben geen held, dat weze duidelijk. Maar ik ben blij dat ik even wat impulsiviteit aan de dag heb gelegd. Misschien beloop ik momenteel wel een labyrint…en is het eindpunt in zicht.
Labels:
sporen
vrijdag 31 oktober 2008
recuperatie
Feest aan de vooravond van een heiligendag. Een vreemd gebeuren dat de laatste jaren ook in onze streken gedijt. Een raar fenomeen dat sommigen omschrijven als mythisch en mysterieus. Kleine mensen, zijnde kinderen, verkleed als heksen, zombies of andere verworpenen der aarde, laten de deurbel rinkelen op zoek naar snoep. Op die manier wordt je van alle kattenkwaad gevrijwaard.
De handelaars deden er 12 eeuwen langer over dan de katholieke kerk om dit oud Keltische feest naar hun hand te zetten en er munt uit te slaan. Voor de kerstening in de 8e eeuw kenden de Kelten een eigen jaartelling, beminden zij meer dan een god en was 25 december het feest van het licht en de wedergeboorte van de zon.
Het nieuwe jaar werd ingezet op 1 november, het moment waarop de winter definitief zijn intrede deed en men de zomerdagen achter zich liet. De nacht voor het nieuwe jaar, op 31 oktober, werd de grens tussen levenden en doden zo nauw dat de doden op aarde konden ronddwalen.
Wanneer het christendom haar stempel op het Keltische landschap drukt, doet zij aan wat men in de politiek zo mooi omschrijft als recuperatie. Men neme een heidens feest, men voege er een vleugje kruisjes aan toe, men menge er wat relikwieën doorheen en men kruide af met een theelepel bijbelgras. Men late het trekken tot de heiligenavond oplost en de heiligendag zichtbaar wordt.
Een recept dat meermaals zijn nut heeft bewezen, vermits toegepast op tal van andere heidense activiteiten als daar zijn carnaval of andere kerstmissen. Bovendien werd het gesmaakt door de bevolking, die trouwens geen andere keuze had, want er kwam niets anders op hun bord.
Eeuwen later wordt het oude receptenboek alsnog overboord gegooid. De gevierde kok wordt de deur gewezen. De nouvelle cuisine doet haar intrede. Oude soep wordt met een nieuwe potlepel geschonken en het smaakt als nooit tevoren. Waar de ingrediënten vandaan komen, is uiteindelijk van ondergeschikt belang. In onze ogen schittert de nieuwe bordschikking, ook al is het nog steeds in een grootkeuken dat de chef de garde zwaait.
De handelaars deden er 12 eeuwen langer over dan de katholieke kerk om dit oud Keltische feest naar hun hand te zetten en er munt uit te slaan. Voor de kerstening in de 8e eeuw kenden de Kelten een eigen jaartelling, beminden zij meer dan een god en was 25 december het feest van het licht en de wedergeboorte van de zon.
Het nieuwe jaar werd ingezet op 1 november, het moment waarop de winter definitief zijn intrede deed en men de zomerdagen achter zich liet. De nacht voor het nieuwe jaar, op 31 oktober, werd de grens tussen levenden en doden zo nauw dat de doden op aarde konden ronddwalen.
Wanneer het christendom haar stempel op het Keltische landschap drukt, doet zij aan wat men in de politiek zo mooi omschrijft als recuperatie. Men neme een heidens feest, men voege er een vleugje kruisjes aan toe, men menge er wat relikwieën doorheen en men kruide af met een theelepel bijbelgras. Men late het trekken tot de heiligenavond oplost en de heiligendag zichtbaar wordt.
Een recept dat meermaals zijn nut heeft bewezen, vermits toegepast op tal van andere heidense activiteiten als daar zijn carnaval of andere kerstmissen. Bovendien werd het gesmaakt door de bevolking, die trouwens geen andere keuze had, want er kwam niets anders op hun bord.
Eeuwen later wordt het oude receptenboek alsnog overboord gegooid. De gevierde kok wordt de deur gewezen. De nouvelle cuisine doet haar intrede. Oude soep wordt met een nieuwe potlepel geschonken en het smaakt als nooit tevoren. Waar de ingrediënten vandaan komen, is uiteindelijk van ondergeschikt belang. In onze ogen schittert de nieuwe bordschikking, ook al is het nog steeds in een grootkeuken dat de chef de garde zwaait.
Labels:
sporen
donderdag 16 oktober 2008
"Felix Concordia"
Labels:
sporen
dinsdag 7 oktober 2008
ochtendwijsheid
Tijdens mijn matinaal intermezzo word ik wakker geschud door een aantal medespoorders die op een abrupte manier de zalige ochtendstilte doorbreken. Sporenden durven al eens die neiging te vertonen. Vooral wanneer ze het ijzeren ding bestijgen ergens tussen Alfaville en Omegafirma. En op weg naar dat boerenhof kunnen ze het niet laten de nodige veestapels boven te halen. Zowel koeien als kalveren passeren de revue en zorgen voor ongewenste windstoten. Ik kijk snel of iemand een raampje liet open staan, maar constateer dat de wind gewoon uit de richting van de nieuwe ingezetenen komt.Oren dichtknijpen is een mens niet gegund, dus kan ik maar meeluisteren. Ik beschik immers niet over de nodige oorplugjes om het geheel te overstemmen met Bachs mooiste. En me concentreren op geheel iets anders, terwijl de wind uit de verkeerde richting komt, lukt me al helemaal niet. Ik ben en blijf een man; one thing at a time please!
Tijdens de storm wordt al snel een luikje horoscoop aangesneden, waarbij de medewinders nogal bewonderend voorlezen wat hen die dag te wachten staat. De sterren geven hen vleugels. De werkdag zal vruchtbaar zijn. Het orakel raadt hen aan niet te aarzelen, lef te tonen. En als ze twijfels hebben in de liefde, worden die vanavond nog weggenomen. Met een naïeve verwondering onderga ik het hoorspel. Ik probeer de idee te onderdrukken dat elk van die twaalf sprookjes gelden voor ongeveer een half miljoen Vlaamse medemensen.
Ik besluit om mijn eigen horoscoop op de rooster te leggen. Deze avond zou ik lezen wat me vandaag te wachten stond. Zo gedaan, zo gedaan…ik moest flexibel en beweeglijk zijn om onvoorziene gebeurtenissen op te vangen. Een beetje opportunisme kon daarbij geen kwaad.
Misschien had ik er toch goed aan gedaan madam Irma’s wijze woorden deze morgen al te lezen. Dan had ik de moed gehad m’n rug te rechten en me te verplaatsen naar rustiger oorden. Maar ik troost me met de idee dat 499.999 andere Vlamingen waarschijnlijk wel die profetische woorden tot zich hebben genomen en met die wijsheid in pacht stralend de dag zijn doorgekomen.
Labels:
sporen
Abonneren op:
Posts (Atom)

