donderdag 2 oktober 2008

wie het schoentje past...

Voeten vragen schoenen als paarden hoeven. Al hoeven paarden dan weer geen schoenen. Morgen ga je even langs bij de schoenenboer om niet baarvoets te hoeven lopen. Met duizenden oogjes lachen de voetzoekers de opgewonden klanten toe. Sportieve onderleggers, stevige herenboten en elegante muiltjes staan zij aan zij, mooi gerangschikt op maat.

Ben je 37 of 42, je leeftijd heeft hier geen enkel belang. Je wordt afgemeten op de diepgang van je stap. Leeftijd en schoenmaat groeien langzaam naar mekaar toe en zorgen voor een eenmalige voetverduistering in je leven. Daarna bewandelen ze elk hun eigen weg; de voet staat, de leeftijd gaat.

19e eeuws huwelijkspaar

Wat vandaag evident is, was het in andere tijden niet. Waar voeten eerst naakt de grond kusten, werd later een houten omhulsel voorzien. Lompe klompen berompen de lopers van weleer. En wie geld had, kon zich bewerkte dierenhuiden veroorloven.

De schoenmaker kwam op het appel en bestudeerde de voeten grondig. Luisterde naar de wensen van hen die dra zijn vakmanschap zouden belopen. Noteerde zorgvuldig in zijn “carnet de travail” het soort hieltje en andere lederen franjes. De schoenventer keerde terug naar zijn leest en gaf vorm aan zijn verbeelding. Hij leest zijn werkboekje en leest de schoen.

Een paar met kwaliteit ontgroeide de huid en zou binnenkort de aarde begroeten op weg naar familie. Of gewoon het huiselijk parket bestrelen. Jarenlang gedragen, met zorg over lange afstanden. Geboend, gepoetst, bekast en belopen. En wanneer de tijd langzaam het hieltje had beknabbeld, werden ze opnieuw beleest en belezen.

Het schoenmakersambacht is met de tijd ont-wijnd en verwaterd tot plaatselijke mystery min-its die naast schoenlappen ook stukken metaal bevijlen tot sleutels. Een schone stiel was het ten voeten uit, maar tijd en mens dwongen de schoenmaker om zijn leest achter te laten.

1 opmerking: